Poetins voorgangers

Vladimir Poetin mag en zal natuurlijk niet ontbreken in How to lie with history. Zo gaf hij onlangs nog een college geschiedenis in het conservatieve Amerikaanse tijdschrift The National Interest, waarin hij een op z’n zachtst gezegd interessante visie te berde bracht.

Door een grondwetswijziging kan Vladimir Poetin tot 2036 aan de macht blijven in Rusland. Hij kan daarmee Jozef Stalin passeren als langstzittende Russische leider. Poetin past in een eeuwenoude traditie van Russische autocraten en kan illustere voorgangers als Ivan IV de Verschrikkelijke en Peter I de Grote tot zijn voorbeelden rekenen. Lees meer over Poetins voorgangers in Historisch Nieuwsblad of De rafelranden van Europa.

How to lie with history

Gezinsuitbreiding! De rafelranden van Europa, De spoken van Visegrád en De nieuwe rafelrand van Europa krijgen gezelschap. Zoals ik laatst al in de BNR Perestrojkast verklapte, werk ik onder de titel How to lie with history aan een vierde boek dat zoals het er nu naar uitziet in 2021 bij uitgeverij Unieboek | Het Spectrum zal verschijnen. Een boek voor iedere politicus of potentaat die wil weten hoe hij zijn voordeel kan doen met geschiedenis. Goedschiks, maar – zoals de titel al verraadt – vooral kwaadschiks.

Spaanse griep op herhaling

Eerder schreef ik voor Clingendael Spectator over de wereld ná de Spaanse griep en wat we daarvan kunnen leren voor de wereld ná het coronavirus. Dat virus mag nu in Nederland op zijn retour zijn, maar desondanks of wellicht daarom blijven de gevolgen van pandemieën in het verleden fascineren.

Voor het geschiedenisprogramma Drenthe Toen van RTV Drenthe sprak ik met presentatrice Sophie Timmer over de gevolgen van de Spaanse griep in de wereld, Nederland en Drenthe:

Op verzoek van Historici.nl focuste ik op het handelen van de politiek leiders ten tijde van de Spaanse griep en poneer ik de stelling dat het laten prevaleren van politieke belangen de pandemie in de hand werkten.

Orbán, Trianon en pálinka

Na alle aandacht voor de herdenking van 100 jaar Trianon in Hongarije is hier dan de nabeschouwing. In de BNR Perestrojkast – de enige echte podcast van BNR over Midden- en Oost-Europa – sprak ik met kameraden Geert Jan Hahn en Floris Akkerman uitgebreid over de krasse uitspraken van de Hongaarse premier Viktor Orbán (iets met verkrachting), zijn beweegredenen daarvoor, en de reactie in de buurlanden op alle Hongaarse retoriek. En we hadden ook nog tijd over voor voetbal en pálinka.

Wie liever leest dan luistert, kan ook terecht in het Nederlands Dagblad, dat mij ook vroeg om mijn licht te laten schijnen over de nationaal beleefde weemoed in Hongarije waar Orbán en de zijnen politieke munt uit weten te slaan.

100 jaar Verdrag van Trianon

Bron: TAMAS WACHSLER/FLICKR

Op 4 juni viert het Verdrag van Trianon zijn honderdste verjaardag. Het is een van de vijf vredesverdragen die de overwinnaars na de Eerste Wereldoorlog sloten met de verliezers. Het is het minder bekende broertje van het Verdrag van Versailles met Duitsland. Of, zoals veel Hongaren – inclusief premier Viktor Orbán – ook vandaag de dag nog zeggen, het dictaat dat Hongarije op 4 juni 1920 ten onrechte kreeg opgelegd.

Het jaar 2020 is door de Hongaarse regering bestempeld tot het Jaar van Nationale Eenheid. Tot de coronacrisis roet in het eten gooide, was het de bedoeling om op 4 juni met veel fanfare een nieuw herdenkingsmonument te onthullen. Pal tegenover het kolossale neogotische parlementsgebouw in Boedapest is een 100 meter lange helling uitgegraven met muren van zwart graniet. Daarin zijn alle namen van de bijna 13.000 gemeenten die vóór het Verdrag van Trianon bij ‘Groot-Hongarije’ hoorden uitgebeiteld. De helling eindigt bij een gebroken blok graniet waar een eeuwige vlam brandt.

Wie wil weten waarom de Hongaarse regering zo’n groot nummer maakt van een 100 jaar oud verdrag kan terecht in De spoken van Visegrád of bij het artikel dat ik in 2018 schreef voor Clingendael Spectator. Dan wordt ook meteen duidelijk waarom buurlanden zo boos waren over deze Facebook-post van Viktor Orbán.

En wie liever luistert dan leest, kan voor een korte samenvatting terecht bij het VPRO-radioprogramma OVT op Radio 1:

De wereld na de Spaanse griep

SG - Bioscoop

Het lijkt momenteel het favoriete tijdverdrijf van experts en denktanks: speculeren over de wereldorde ná de coronacrisis. Het verleden biedt handvatten. Net na de Eerste Wereldoorlog trok de Spaanse griep een verwoestend spoor over de aardbol. Welke impact had dat op de relaties tussen landen na de oorlog?

Voor Clingendael Spectator schreef ik een analyse over de effecten van de Spaanse griep en eerdere pandemieën als de Zwarte Dood. Kernvraag: wat leert ons dat over de betekenis van de coronacrisis voor de internationale betrekkingen in de 21e eeuw?

Het is in zekere zin een vervolg op het artikel over de Spaanse griep in Nederland dat ik eerder schreef voor Historisch Nieuwsblad. Want hoe ging het daarna verder?

100 jaar Verdrag van Sèvres

Het Verdrag van Sèvres werd na een lange voorbereidingstijd op 10 augustus 1920 gesloten in een voorstad van Parijs, in een toonzaal van de beroemde porseleinfabriek Manufacture nationale de Sèvres. Het was het laatste in het rijtje internationale verdragen dat na de Eerste Wereldoorlog werd gesloten. Naast het alom bekende Verdrag van Versailles met Duitsland kwamen in Parijs ook afzonderlijke vredesverdragen met de andere verliezers van de oorlog tot stand (bijvoorbeeld ook het Verdrag van Trianon met Hongarije).

Het zal de meeste mensen in Nederland waarschijnlijk weinig zeggen, maar in Turkije ligt dat anders. De ondertekenaars zetten namelijk hun handtekening onder de opdeling van het Ottomaanse Rijk. De veelvolkerenstaat werd gereduceerd tot een Anatolische rompstaat. Het was dé motivatie voor Turkse nationalisten om te strijden voor een Republiek Turkije.

Daar wordt nog altijd naar ‘het verraad van Sèvres‘ verwezen als illustratie van de onbetrouwbaarheid van de westerse mogendheden. Voor Geschiedenis Magazine schreef ik een artikel over de directe gevolgen van dit in het Westen vergeten verdrag.

Bolsonaro en het coronavirus

BolsonaroHoest

Voor sommige regeringsleiders vormt de coronacrisis aanleiding om de touwtjes steviger aan te trekken. In Hongarije heeft premier Viktor Orbán dankzij een omstreden noodwet de mogelijkheid om voor onbepaalde tijd per decreet te regeren.

De Braziliaanse president Bolsonaro ziet juist geen gevaar in het coronavirus. Hij is tegen lokale lockdown-maatregelen die diverse gouverneurs hebben ingesteld en laat zelf geen mogelijkheid onbenut om die met voeten te treden. Zo sprak hij al hoestend een grote demonstratie toe.

Opmerkelijk waren de eisen van sommige demonstranten: sluiting van het Nationaal Congres en het Hooggerechtshof, en herinvoering van de beruchte wet AI-5, waarmee ook Bolsonaro per decreet zou kunnen regeren. Kortom: de militaire dictatuur moet nog eens dunnetjes worden over gedaan.

In Brazilië leidde de aanwezigheid van Bolsonaro bij deze demonstratie daarom tot een zeer begrijpelijke storm van protest in de media door (oud-)politici. Wie wil weten hoe het er in Brazilië aan toe ging tussen 1964 en 1985 kan terecht bij het artikel dat ik eerder schreef voor Historisch Nieuwsblad.

 

Spaanse griep in Nederland

Spaansche griep

In geschiedenisboeken is het meestal niet meer dan een voetnoot, maar de Spaanse griep veroorzaakte in 1918 in Nederland grote maatschappelijke ontwrichting. In tegenstelling tot nu in de coronacrisis keek de regering slechts toe vanaf de zijlijn. Het was aan lokale bestuurders, artsen en verpleegsters om het op te nemen tegen een uiterst dodelijke ziekte die het land in zijn greep hield en 38.000 slachtoffers eiste. Voor Historisch Nieuwsblad schetste ik een beeld van de Spaanse griep in Nederland.

Ruige tijden voor KLM

Politheli2-copy-1200x680

Normaal gesproken is het op luchthaven Schiphol een komen en gaan van vliegtuigen. Nu, midden in de coronacrisis, gaat het er heel anders aan toe. Bijna de hele vloot van KLM staat werkeloos geparkeerd op Schiphol, uit ruimtegebrek ook op sommige startbanen. De stilstand is desastreus voor de boeken van moedermaatschappij Air France-KLM, dus er wordt druk overlegd tussen de Nederlandse en Franse regering over mogelijke reddingsplannen.

Die waren er ook al in de eerste zeven jaren van de Koninklijke Luchtvaartmaatschappij. Bijna alle aandelen belandden in handen van de Nederlandse staat. De eerste boekjaren waren dus ruig, maar de eerste vluchten ook. Voor het meinummer van Geschiedenis Magazine – dat nu overal in de winkel ligt – schreef ik een artikel over de eerste KLM-vlucht op 17 mei 1920. Want was dat eigenlijk wel de eerste vlucht?