Waarom India en Pakistan ruziën om Kashmir

De spanningen tussen kernmachten India en Pakistan lopen steeds verder op. Het conflict over het grensgebied Kashmir stamt uit 1947, het jaar van de opdeling van Brits-Indië. Die ging gepaard met gruwelijkheden en geweld: goede buren werden plotseling elkaar aartsvijanden. De Britten lieten een etterend grensconflict achter en zetten een van de grootste volksverhuizingen in de geschiedenis in gang: zo’n vijftien miljoen mensen vluchtten van de ene kant van de nieuwe grens naar de andere.

De Kashmirvallei was van oudsher een kruispunt tussen Centraal- en Zuid-Azië. Zowel India als Pakistan maakten in 1947 aanspraak op het strategisch belangrijke gebied. Het werd bestuurd door een hindoevorst, maar de bevolking was voor negentig procent moslim. Terwijl de vorst twijfelde over de toekomst, viel eerst Pakistan en daarna ook India de Kashmirvallei binnen.

Beide legers zijn nooit meer vertrokken. Na bemiddeling door de Verenigde Naties is Kashmir sinds 1949 de facto opgedeeld, maar beide landen claimen nog steeds het hele gebied. Vooral de inwoners hebben daaronder te lijden, want bij tijd en wijle laait het geweld op. Sinds 1947 zijn er nog twee oorlogen gevoerd in Kashmir, en een derde is nu mogelijk in de maak. India en Pakistan willen elkaar geen duimbreed toegeven.

Rafelranden revisited

De vierde druk van Alle rafelranden van Europa is een feit! Ik heb de gelegenheid aangegrepen om nog eens grondig met de roskam door het boek te gaan en het verhaal weer helemaal up-to-date te maken. De laatste strapatsen van Donald Trump, Vladimir Poetin en alle andere spelers op het geopolitieke toneel zijn opgenomen in de tekst, ook al is het in deze woelige tijden soms vechten tegen de bierkaai. Gelukkig verandert de geschiedenis dan weer niet zo snel…

Saigon 1975

Saigon werd op 1 mei 1975 wakker met een nieuw geluid. Genietroepen van het Noord-Vietnamese leger hadden overal in de stad luidsprekers opgehangen en die blèrden nu onophoudelijk overwinningsliedjes. Verder was het stil in de straten. Van de gebruikelijke drukte was geen sprake, want eigenlijk wist niemand wat te doen. Een dag eerder was Saigon nog de trotse hoofdstad geweest van de Republiek Vietnam – in de volksmond beter bekend als Zuid-Vietnam.

Maar na een felle strijd aan de randen van de stad had de laatste Zuid-Vietnamese president Duong Van Minh opdracht gegeven om de wapens neer te leggen. Het Noord-Vietnamese leger had zich voorbereid op zware artilleriebeschietingen en wilde zich desnoods straat voor straat naar het centrum vechten, maar had de macht kunnen overnemen ‘zonder een lamp te breken’, zoals later door Vietnamezen werd gegrapt.

Minh stond klaar in het presidentieel paleis om de macht over te dragen, maar de Noord-Vietnamese militairen die hem arresteerden zeiden minzaam: ‘Je kunt niet weggeven wat je niet hebt.’ Daarna werd de vlag op het dak van het paleis neergehaald: de Republiek Vietnam was opgelost in het niets. Minh kreeg huisarrest, maar de meeste Zuid-Vietnamese generaals, politici en ambtenaren bevonden zich die eerste mei aan boord van Amerikaanse marineschepen op de Zuid-Chinese Zee. Noord-Vietnam had gewonnen.

Lees mijn artikel verder in het nieuwe nummer van Geschiedenis Magazine.