Saigon 1975

Saigon werd op 1 mei 1975 wakker met een nieuw geluid. Genietroepen van het Noord-Vietnamese leger hadden overal in de stad luidsprekers opgehangen en die blèrden nu onophoudelijk overwinningsliedjes. Verder was het stil in de straten. Van de gebruikelijke drukte was geen sprake, want eigenlijk wist niemand wat te doen. Een dag eerder was Saigon nog de trotse hoofdstad geweest van de Republiek Vietnam – in de volksmond beter bekend als Zuid-Vietnam.

Maar na een felle strijd aan de randen van de stad had de laatste Zuid-Vietnamese president Duong Van Minh opdracht gegeven om de wapens neer te leggen. Het Noord-Vietnamese leger had zich voorbereid op zware artilleriebeschietingen en wilde zich desnoods straat voor straat naar het centrum vechten, maar had de macht kunnen overnemen ‘zonder een lamp te breken’, zoals later door Vietnamezen werd gegrapt.

Minh stond klaar in het presidentieel paleis om de macht over te dragen, maar de Noord-Vietnamese militairen die hem arresteerden zeiden minzaam: ‘Je kunt niet weggeven wat je niet hebt.’ Daarna werd de vlag op het dak van het paleis neergehaald: de Republiek Vietnam was opgelost in het niets. Minh kreeg huisarrest, maar de meeste Zuid-Vietnamese generaals, politici en ambtenaren bevonden zich die eerste mei aan boord van Amerikaanse marineschepen op de Zuid-Chinese Zee. Noord-Vietnam had gewonnen.

Lees mijn artikel verder in het nieuwe nummer van Geschiedenis Magazine.

Plaats een reactie