
De spanningen tussen kernmachten India en Pakistan lopen steeds verder op. Het conflict over het grensgebied Kashmir stamt uit 1947, het jaar van de opdeling van Brits-Indië. Die ging gepaard met gruwelijkheden en geweld: goede buren werden plotseling elkaar aartsvijanden. De Britten lieten een etterend grensconflict achter en zetten een van de grootste volksverhuizingen in de geschiedenis in gang: zo’n vijftien miljoen mensen vluchtten van de ene kant van de nieuwe grens naar de andere.
De Kashmirvallei was van oudsher een kruispunt tussen Centraal- en Zuid-Azië. Zowel India als Pakistan maakten in 1947 aanspraak op het strategisch belangrijke gebied. Het werd bestuurd door een hindoevorst, maar de bevolking was voor negentig procent moslim. Terwijl de vorst twijfelde over de toekomst, viel eerst Pakistan en daarna ook India de Kashmirvallei binnen.
Beide legers zijn nooit meer vertrokken. Na bemiddeling door de Verenigde Naties is Kashmir sinds 1949 de facto opgedeeld, maar beide landen claimen nog steeds het hele gebied. Vooral de inwoners hebben daaronder te lijden, want bij tijd en wijle laait het geweld op. Sinds 1947 zijn er nog twee oorlogen gevoerd in Kashmir, en een derde is nu mogelijk in de maak. India en Pakistan willen elkaar geen duimbreed toegeven.